Bernard Asselbergs, ‘Anton van Duinkerken over zijn dichtende Heeroom Dorus’

In: Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden. Themanummer onder redactie van Lieve Gevers en Jan Roes: ‘Het apostolaat van de poëzie. Priester-dichters in Nederland en Vlaanderen’, 8(1999), nr. 4, p. 329-333, ills.

Theodorus Asselbergs (1871-1947), de oudste broer van Van Duinkerkens vader, was ‘wereldheer’ en zodoende als priester niet verbonden aan een orde. Zowel als seminarie-docent als rector van het St. Laurentius-gesticht te Ginneken bij Breda genoot hij van deze zelfstandige functies (foto: coll. Gijs Asselbergs, Bergen op Zoom)
Theodorus Asselbergs (1871-1947), de oudste broer van Van Duinkerkens vader, was ‘wereldheer’ en zodoende als priester niet verbonden aan een orde. Zowel als seminarie-docent als rector van het St. Laurentius-gesticht te Ginneken bij Breda genoot hij van deze zelfstandige functies (foto: coll. Gijs Asselbergs, Bergen op Zoom)

Voor allerlei gelegenheden schreef Th.J.C. (Dorus) Asselbergs verzen, die hij in eigen beheer bundelde en uitgaf en waarin zijn bewondering voor Guido Gezelle als priesterdichter herkenbaar doorschemert. Priesterroeping en schrijverschap schiepen tussen neef en oom een speciale band.

Titelpagina: Vreugdebloemen, 1926, 13 x 19 cm (AvDcollBA)
Titelpagina: Vreugdebloemen, 1926, 13 x 19 cm (AvDcollBA)

8.3-vreugdebloemen-1934-214x300
Omslag naar ontwerp van Cornelis Adank: Vreugdebloemen van het najaar, 1934, voorzien van extra handschriften, 18 x 23,5 cm (AvDcollBA)

In een exemplaar van Vreugdebloemen voor het najaar uit 1934 voegde Heeroom Dorus met de hand een extra gedicht toe bij de foto, genomen door Hanna Elkan in juni 1934 te Amsterdam. Pas na het verschijnen van mijn artikel in Trajecta dook dit antiquarische exemplaar op.

Anton van Duinkerken, gesigneerde foto: Hanna Elkan, Amsterdam juni 1934, 11 x 14,5 cm (AvDcollBA)

Portret van Anton van Duinkerken

 

Die u zoò kiekte trof een pracht-moment.
Hij gaf u weer gelijk een vriend u kent:
Geen dooie diender, maar een vlotte vent.
Eens zegt de nazaat, ziende u zoò verprent:
Ja, ’t is ‘m echt …. en tòch zoo eminent.

 

 

Th. A.

Naar handschrift Th. Asselbergs

Themanummer ‘Priester-dichters in Nederland en Vlaanderen’, Trajecta, 8(1999), nr. 4